|
Van
heerlijkheid en graafschap
Eens was Leerdam een stad naar alle vier de windstreken door muren, wallen,
water, en poorten omringd. Wanneer Leerdam dit predikaat stad ontving
is tot op heden niet bekend. Aan de Lingekant verhief zich een kasteel,
dat opmerkelijk genoeg niet binnen de muren gebouwd was, maar deel van
de vesting uitmaakte. Het kasteel met zijn torens, de muur, de bolwerk,
muizentorens en niet minder dan drie poorten moeten voor de reizigers
over het water een fraai beeld gevormd hebben. Hoewel kasteel en poorten
allengs verwoest of gesloopt zijn, valt met een beetje fantasie het oude
silhouet op de thans gerestaureerde Zuidwal nog wel op te roepen. De eerste
heren die we met dit gebied in verband kunnen brengen zijn die van Van
der Leede. De oudste vermelding van dit geslacht dateert uit 1143. Leerdam
wordt echter pas eerst in 1284 in de oude akten vermeld. Uit het geslacht
Van der Leede komt het bekende geslacht der Arkels voort. De laatste Van
Arkel overlijdt in 1428 en wordt in Leerdam begraven. In een zeer roerige
tijd weten de Van Egmonds de heerlijkheid van Leerdam in bezit te krijgen.
Eén van hen, Frederik, wordt in 1498 graaf van Leerdam en de heerlijkheid
wordt een graafschap. Als prins Willem I van Oranje in 1551 met Anna van
Egmond huwt, gaat het graafschap van Leerdam met dat van Buren tot de
soevereine bezittingen van de Oranjes behoren. Daarmee verwierf leerdam
zich een bijzondere positie. De inwoners betaalden geen belasting aan
de Staten van Holland en zonder vergunning van de prins mocht geen krijgsvolk
worden gelegerd. De keuze in 1573 voor de Hervorming kwam de stad duur
te staan. Tegen een belegering van de Spanjaarden was zij niet bestand.
Het kasteel werd verwoest en de bevolking moest tevens met lede ogen aanzien
hoe drie mannen zonder enige vorm van proces werden opgehangen. Met de
inval van de Fransen in 1795 kwamen aan de bijzondere positie van het
graafschap een einde. De band tussen het Oranjehuis en de gemeente Leerdam
is echter gebleven, want nog steeds is onze landsvrouwe
gravin van Leerdam.
Kijken naar het verleden
Op de plaats waar ooit het kasteel zijn stempel op het stadsbeeld drukte
verrees in 1770 een behuizing van geheel andere aard. Het verschil zit
zeker niet in de uiterlijke schoonheid, want nog steeds raken dagelijks
vele bezoekers onder haar bekoring. Nee, het verschil betreft de welstand
van de bewoners. Achter de oude vestingmuur verrees dankzij de erfenis
van ene Maria Ponderus van Aerden een hofje: het Hofje van Mevrouw van
Aerden -in Leerdam Het Hofje -.Het Hofje van Mevrouw van Aerden is bestemd
voor alleenstaande dames en aan die bepaling van het testament is nimmer
getornd. Wel is inmiddels een trouw- en raadzaal voor de Gemeente ingericht,
terwijl de regentenkamer met haar zeldzame schilderijencollectie en de
achtertuin voor het publiek toegankelijk werden. Schuin tegenover het
Hofje bevindt zich 't Poortje, het enige restant van het voormalige Drossaardshuis.
Het zestiende-eeuwse pand bood ooit onderdak aan Wilhelmina van Pruisen
tijdens haar historische tocht naar en van Goejanvervvellesluis. Van hoge
ouderdom is ook de Grote Kerk. Bijna zeven eeuwen luiden de klokken in
dezelfde toren de samenkomst der gelovigen in. Geheel vernieuwd, maar
wel ter herinnering aan een voorbij verleden is de Loods Holland. De voormalige
houtloods die thans eenzaam aan de oever van de Linge staat, werd in de
tachtiger jaren nog door vele soortgenoten omringd. Wat eens als een houtzaag-
molen op het bolwerk begon, groeide in twee eeuwen tot een om- vangrijke
houtindustrie uit. Deze is in de jaren tachtig opgehouden te bestaan.
De loods Holland is wel opnieuw in gebruik genomen als glascentrum Leerdam,
waar gedurende de zomermaanden het ambacht glasblazen te zien is.
Zo zijn er nog tal van gebouwen plekjes die aan de oude Leerdamse glorie
herinneren. Wie van geschiedenis houdt kan het hart in het museum Het
Oude Raadhuis (Kerkstraat 18) ophalen of van de historische stadswandeling
genieten die bij de VVV verkrijgbaar is.
|